marleen nelen

De bomen waren van zilver, hier en daar zat nog een blaadje als een kleine vogel op een tak. Vali schoof mijn hand onder zijn hemd. Ik voelde zijn hart tegen mijn vingers bonzen, terwijl hij fluisterde: ‘Je kan niet weggaan, want je zit hier.’

korte inhoud

Transsylvanië, 1874. Mika woont in een mooi huis op een heuvel, tot zijn moeder plots overlijdt. Zijn vader spant het paard Ymir voor de kar en ze vertrekken voor een lange tocht richting zee. Onderweg sluiten ze zich aan bij een groep Rom, waar Mika Vali leert kennen – en al snel groeit er een diepe vriendschap tussen hen. Net voor de winter nemen ze afscheid van de Rom en zetten ze hun reis voort. Maar dan wordt Mika’s vader opgepakt. Mika doolt alleen door de bergen. Zal hij Vali ooit nog terugzien? En zijn vader?


- verschenen in maart 2026 bij Querido
- ontwerp cover Deborah Van der Schaaf




- paperback ISBN: 9789045132068
- e-book ISBN: 9789045132358




fragment uit DE VOGELS

Images

Uit een donkere straat kwam een hond gestoven, hij remde vlak voor me, grauwde en toonde zijn tandvlees. Zijn flanken waren hol en door het gat van zijn rechteroog liep een litteken. Hij snuffelde aan Csirke, die dieper onder mijn jas kroop. De hond kende het hier, dus volgde ik hem. We kropen over een muur en staken sluipend een tuin over. Half verscholen achter een iep stond een berghok.

   ‘Bedankt,’ fluisterde ik tegen de hond, voor hij in de nacht verdween.
   Toen ik de deur openduwde, knarsten de scharnieren. Ik bleef staan en luisterde. De wind ruiste door de iep, het huis bleef zwart. Het hok stond vol rommel, de vloer was van aarde en er lagen scherven. Csirke scharrelde lusteloos, liet zich naast me neerzakken en gaapte. Ik legde een hand om haar heen. Verdriet drukte tegen mijn ribben, het nam de plek van mijn adem in.

Met het eerste licht glipte ik naar buiten. Csirke kakelde ontevreden.
   ‘Stil,’ siste ik. ‘Ik kom terug.’
   Papa en Ymir moesten hier ergens zijn. Ik koos zomaar een richting en begon te lopen. De mensen waren gevangen tussen muren en ik was vrij.
   Of zij hadden een huis en ik doolde verloren rond.
   Ik gluurde overal naar binnen, alsof ik papa daar zou vinden. Op een tapijt zat een meisje met een porseleinen pop te spelen. Een vrouw haalde een versgebakken brood uit de oven, de geur maakte me misselijk van de honger.
   Het politiekantoor was aan een zanderig plein. Achter getraliede ramen liepen agenten heen en weer. Ik hurkte aan de overkant en staarde naar de deur, die zo zou opengaan. Straks lieten ze papa vrij, hij zou op het trapje verschijnen, zijn gezicht zou opklaren als hij me zag. Alles zou in de plooi vallen: we kregen onze paarden terug, en met het geld dat we voor Woeste kregen, kochten we een nieuwe kar.
   Twee agenten kwamen naar buiten, een van hen had een neus die ooit gebroken was geweest. Hij staarde naar me terwijl hij een sigaret in zijn mond wipte en zei iets tegen de andere agent, die vuil grijnsde. Ik hield me klaar om weg te rennen, maar toen draaiden ze zich om en stapten weg.
   Op de zwengel van een waterpomp zat een kauw te roepen, een kar rammelde voorbij. Mensen liepen langs, ze moesten allemaal ergens naartoe. De dag ging zijn gang en van papa was geen spoor. Een orgelman kwam liedjes spelen, op zijn schouder zat een aap te bedelen. Een soldaat vroeg een wals en walste vrolijk met zijn meisje.
   Toen ze weg waren slenterde de orgelman naar mij. Hij gaf me pinda’s en keek me vragend aan.
   ‘Mijn vader,’ zei ik met tegenzin.
   ‘Vergeet het maar. Als ze iemand in hun klauwen hebben, laten ze niet los.’
   ‘Rot op,’ zei ik. ‘Ik hoef je pinda’s niet.’

Tegen de middag verzamelde ik mijn moed en ging het kantoor binnen. Onder een lamp zat een agent te schrijven, achter hem hing een portret van koning Franz Josef. Zowel de agent als de koning hadden bakkebaarden, een snor en een geschoren kin. Voorzichtig keek ik rond. Op een houten bord waren tekeningen geprikt, van mensen met gemene tronies. Ik zag een karaf water en ik besefte dat ik dorst had, ik ging opeens dood van de dorst.
   ‘Ja?’
‘Ik zoek mijn vader.’
   ‘Hier? Dat is niet best.’ De Franz Josef‐snor bewoog met zijn mond mee. ‘Naam?’
   ‘Mika.’
   ‘Mika hoe?’ Hij drukte de toppen van zijn vingers tegen elkaar en keek streng.
   Even zweeg ik. Wat zou Vali ervan vinden dat ik hulp vroeg aan een agent?
   ‘Mijn vader heet Ayan Veres,’ zei ik toen, met een stem die klein klonk. ‘We zijn op weg naar zee. We hebben ook twee paarden. Ymir...’
   Ik haperde omdat mijn tong niet meer wilde. In mijn oren klonk een geraas dat almaar luider werd. De muur achter Franz begon te golven, uit de hoeken van mijn ogen schoot zwart tevoorschijn, de tafel kantelde en de lamp slingerde opzij. Het volgende moment kreeg ik een harde dreun tegen de zijkant van mijn gezicht. Het zwart vulde de hele kamer en er bleef alleen een kier over, die ook dichtging.

Franz hielp me naar een stoel die tot bij het open raam was geschoven en gaf me water. Hij had een klompvoet en pikkelde met een stok. Ik kreeg ook een snee brood die naar ui rook, maar mijn maag verdroeg hem niet en duwde hem terug in mijn keel. Ik dwong mezelf om het brood op te eten. Daarna voelde ik me beter.
   ‘Mag ik mijn vader zien?’ vroeg ik. ‘En waar zijn onze paarden?’
   Franz pakte een papier van zijn bureau. ‘Dit is een schriftelijk verzoek om inlichtingen. Je hebt ook de handtekening van je voogd nodig.’
   ‘Mijn voogd? Maar die zit in jullie cel.’
   ‘Je moet de juiste procedure volgen. Stel je voor dat er geen regels waren en we allemaal zomaar wat zouden doen.’ Zenuwachtig keek hij naar de klok op de toren. ‘Nou, dag. Ik moet weer aan het werk’, en hij trok de stoel bijna onder me vandaan.
   ‘Kijk eens aan,’ zei een barse stem. ‘Hebben we bezoek?’
   In het deurgat stond de man met de scheve neus. Franz schrok bijna even hard als ik.
‘Niks aan de hand, Farkas,’ zei hij, en duwde in mijn rug. ‘Gewoon een kwajongen. Hij ging net weg.’
   Ik frommelde het formulier in mijn hand. Farkas kwam dichterbij en ik stapte opzij. Zijn hand schoot uit, ik dook en probeerde langs hem te glippen, maar hij had mijn haar beet. Hij draaide mijn arm op mijn rug en sleurde me naar het bord met tekeningen.
   ‘Dit tuig,’ blafte hij, ‘wordt in het hele land gezocht. Het zijn goddeloze schurken die hebben gemoord, gestolen en verkracht. Je zou ons erg helpen als je iemand zou herkennen.’
   Aan mijn haar sleepte hij me langs de rij tekeningen en hield stil bij papa. Hij was het niet. Of toch wel. Farkas beukte mijn hoofd tegen het bord en ik knipperde tranen van pijn weg. Het slecht getekende portret moest papa voorstellen. Terwijl ik ernaar staarde, schoven Farkas’ vingers naar mijn nek en groeven zich in. Mijn keel ging dicht.
   ‘Hij ziet al paars,’ zei Franz bezorgd. ‘Je maakt hem nog dood.’
   Farkas loste zijn greep een beetje en ik hapte naar lucht.
   ‘Je kan aan iemand zien of hij een moordenaar is,’ siste hij in mijn oor. ‘Brede kaken, dikke wenkbrauwen, en een donkere huid, natuurlijk. Toevallig liepen we gisteren zo iemand tegen het lijf. Hij had een paar prachtige paarden gestolen.’
   ‘Niet gestolen,’ zei ik schor.
   ‘O?’ deed Farkas verbaasd. ‘Je kent hem dus? We wilden zijn papieren controleren, maar die had hij niet. Hij was er gloeiend bij, betrapt op dakloos zwerven. Toen we naar de paarden vroegen loog hij dat hij barstte. We sloegen hem en staken zijn kar in brand, maar hij wilde nog steeds niet zeggen waar hij de paarden had gepikt. Dus namen we hem mee naar hier. Uit een oud telegram bleek dat hij een rentmeester heeft mishandeld. En nu duikt er ook nog een medeplichtige op.’
   ‘Krijg de touwtering,’ piepte ik.
   Farkas boog zich naar me toe. ‘Ik heb je geloof ik niet goed verstaan. Durf je dat te...’
   Ik gooide mijn hoofd achterover en stootte tegen zijn neus, die brak met een droge knap, en ik was vrij. Ik deed een uitval naar de stok van Franz, kreeg hem te pakken en zwiepte hem in het rond. De karaf viel van tafel en spatte uiteen. Ik stormde de trap af. Farkas zat me op de hielen en verspilde zijn adem door te tieren, hij alarmeerde het hele plein. Een man sprong voor me en opende zijn armen, ik maakte een scherpe bocht en spurtte langs de orgelman, die zijn orgeltje optilde, zijn been zwaaide vooruit en het houten onderstel viel om, en meteen daarna hoorde ik tumult achter me. Farkas maakte een geweldige tuimeling en ik rende een steeg in.





recensies

‘Het is die mengeling van avonturen- en psychologische roman, over een jong personage dat zijn pad of zijn thuis zoekt – of is dat hetzelfde? – in de als klimopwortels verstrengelde mogelijke wegen en afslagen, een personage dat kleurrijke mensen ontmoet die hem goed of kwaad gezind zijn en dit telkens tegen een historische achtergrond die met veel liefde en oog voor sprekende details tot leven wordt gewekt, in een wereld die het ene moment beschutting biedt en het andere moment bedreigend is – dát is wat zo eigen is aan Marleens boeken. Het zijn stuk voor stuk verhalen over hoe jonge mensen op de overgang van kind naar jongvolwassenheid leven en overleven met al hun onzekerheden en vragen, tegen wil en dank uit de veelal beschermde kindertijd gestoten worden en het daar dan maar mee moeten zien te rooien.'

'Boeken over het leven, kortom, die net zoals de personages balanceren tussen twee werelden: ze zijn wat mij betreft geschikt voor jonge en volwassen lezers.’

maart 2026
‘In 200 pagina's toont Marleen Nelen een sterk observatievermogen en strooit ze quasi terloops met prachtige zinnen zoals “We borstelden de winterse verveeldheid naar buiten.” Geen wonder dat protagonist Mika een talent voor tekenen heeft en er in slaagt om te zien wat anderen ontgaat. (...)'

'Marleen Nelen is naast schrijfster ook fotograaf en verstaat de kracht van een sterk beeld. Haar scherpe visuele ingesteldheid is zeker ook merkbaar in dit tedere boek, dat zowel een historische roman als een avonturenroman als een coming-of-age-roman is. Knap!'

maart 2026
De vogels is een wonderschoon en rijk verhaal over je weg vinden in het leven. Over keuzes maken. Bij wie hoor je, wat is je thuis? Welke richting kies je, wie laat je daarin meebepalen? En durf je te vertrouwen wanneer de voortekenen erop wijzen dat je je koers moet verleggen? Nelen schrijft heel zintuiglijk en laat veel ruimte voor nuance en interpretatie.’

juni 2026
'Marleen Nelen schrijft heel observerend en zintuiglijk, maar tegelijk meevoelend. Ze dompelt je helemaal onder in Mika’s ervaringen, gevoelens en twijfels terwijl hij ontheemd ronddoolt, koud en hongerig. Gaat hij zijn geliefden nog ooit terugzien en een nieuwe thuis vinden? Je voelt door en door hoe moeilijk het is om iets op te bouwen als niemand je vertrouwt, zelfs al heb je persoonlijk helemaal niets gedaan om dat wantrouwen te verdienen. Het maakt de keuzes waar Mika voor komt te staan aartsmoeilijk. De vrijheid om te leven in de natuur zoals de Rom voelt paradijselijk in de zomer, maar in de winter is het afzien. (…)'

'De vogels is een heel mooi geschreven YA-roman over je eigen pad vinden waarin de auteur invoelend en met diepgang het leven van haar hoofdpersonage op papier zet, ideaal voor lezers die blij worden van mooie taal en sterk uitgewerkte personages en psychologie. Het verhaal speelt zich 150 jaar geleden af, maar je moet niet ver zoeken om te beseffen dat vooroordelen ten opzichte van bevolkingsgroepen ook vandaag nog doorwegen. (…)'

'Haar jongerenromans zijn absolute aanraders voor meer ervaren lezers vanaf 13/14 jaar (en veel ouder).'

juni 2026
'Het boek valt vooral op door de stilistische finesse. Nelen gebruikt poëtische en veelzeggende beelden. Na het overlijden van de moeder: ‘Onze heuvel groeide van verdriet. Hoog en eenzaam torende hij boven het dorp uit’. De titel verwijst naar het voortdurend onderweg zijn en de grilligheid van het zwervende bestaan. (…) Waar en wie bij hoor je thuis? Dat is de onderliggende vraag van De vogels. Mika twijfelt of hij de veiligheid van het dorp moet verlaten om met de Rom verder te trekken. Welk leven past er bij zijn identiteit? Zit het in zijn aard om onderweg te zijn en telkens zijn boeltje te pakken en weer te vertrekken. Of past de honkvastheid van zijn moeder meer bij hen. ‘Het gaat niet over het gemakkelijkste leven, maar over waar je thuis hoort’.'

'Een bijzonder boek voor de fijnproevers waarin veel tussen de regels schuil gaat. Oh ja, niet te vergeten: de hoofdrol voor zijn kip Csirke. Alleen zij al is een reden om De vogels te gaan lezen.'

juni 2026
‘De auteur creëert een duidelijk beeld van de leefwijze in die streek in die tijd. Ze vraagt wel een bepaalde leesbereidheid en maturiteit bij de lezer. Dit is een mooi verwoord verhaal in een beeldrijke taal over de manier van leven van rondtrekkende groepen in Roemenië in de 19de eeuw.’

juni 2026
'Serieus, talig en beeldend geschreven'

juni 2026




andere boeken van marleen nelen

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image




  •         |      

copyright © 2021 Marleen Nelen   |   all rights reserved   |   all images by Marleen Nelen